Dierlijke
Ambergrijs:
Ambergrijs is een wasachtige stof, dat de potvis uitscheid, nadat hij inktvis heeft gegeten. De stof drijft in tropische zeeën, spoelt aan wal of zit vast in de netten van vissers. Als men de stof wil gebruiken dan moet dit minstens drie jaar drogen voordat het verwerkt kan worden. De zeer zachte balsemgeur van amber hecht zich aan de huid en dient daarvoor alles als fixatief. De potvis is bijna uitgestorven waardoor dit een zeer zeldzame stof is geworden. Het amberachtige akkoord in de parfums wordt tegenwoordig vrijwel altijd synthetisch tot stand gebracht of met behulp van plantenextracten nagebootst. Daarbij wordt vooral gebruik gemaakt van laudanum een olieachtige hars dat wordt gewonnen uit de bladeren van de citrusstruik.
Muskus:
Het muskushert komt voor in de Himalaya en in Tibet. Er is ook nog een andere soort muskus, deze word door de Amerikaanse bisamrat geleverd.
Muskus is een zeer sterk ruikende substantie.
Eén druppel kan wel veertig jaar geuren. Deze substantie komt van een levend mannelijk muskushert, en wordt in de bronstijd uit de buikklier (een korrelige en vaste substantie) afgescheiden. Deze substantie is Eén van de kostbaarste stoffen voor de bereiding van parfums.
Civet:
Civet deze katachtige leeft in Birma,Thailand en Ethiopië.
Civet is een vettige stof die uit een klier aan de anus wordt afgescheiden,in de ruwe toestand waar in deze substantie wordt afgescheiden is dit een zeer onaangename geur. Als deze substantie sterk verdund word dan word de geur steeds aangenamer.
Castoreum:
Ook wel castor of bevergeil genoemd. Deze inheemse bever komt uit Canada en Siberië. De substantie die door de parfumwereld word gebruikt is een olieachtige roodbruine afscheiding, deze is afkomstig van de klieren van de bever die zich in twee blazen onder aan de buik bevinden tussen de anus en het geslachtsgedeelte,zowel van het mannetje als het vrouwtje. Deze substantie werd al voor Chr. geïntroduceerd door Arabische parfumeurs.